De Orthomoleculaire voedingsgids

Voeding is de basis van onze gezondheid. Zowel preventief als curatief kan het kwalen en ziekten aanpakken. Ikzelf ben begonnen als catering manager en door eigen gezondheidsklachten ben ik mij steeds meer gaan verdiepen wat een orthomoleculair voedingspatroon met ons lichaam en onze geest doet. Na de nodige studies ben ik deze materie zowel theoretisch als praktisch gaan benaderen en gaan koppelen.

Alles begint met de theorie van de orthomoleculaire voedingsleer en welke impact dit heeft op onze dagelijkse voeding. De theorie geeft uitleg over wat orthomoleculaire voeding is en basisgedachten achter de orthomoleculaire voedingsleer. Wat wel en wat juist niet orthomoleculair is. Ik wil hiermee ontstaat een manier van denken en handelen in de keuken bevorderen, die onze lichamelijke en mentale gezondheid ten goede komt.

De orthomoleculaire voedingsleer streeft naar evenwicht

  • Van de zuurgraad van het lichaam om verzuring en daarmee ontstekingen te voorkomen
  • Op hormonaal en neurotransmitter niveau
  • In de darmflora zodat de weerstand hoog blijft
  • Ten aanzien van de bloedsuikerspiegel

Waar staat Orthomoleculaire voeding voor?

Orthomoleculaire voeding staat voor lichaamsopbouwende voeding die de kwaliteit van het leven waarborgt. Door een orthomoleculair voedingspatroon ontstaat er in eerste instantie meer energie en andere positieve gevolgen zoals een beter slaappatroon, een minder opgejaagd gevoel, een rustiger hoofd, meer heldere gedachten, minder malende gedachten, minder stressgevoeligheid, grotere efficiëntie, minder krampen, minder droge huid, minder haaruitval, minder last van gebroken nagels, minder snel kwetsuren, minder snel hoofdpijn, meer gewichtsverlies en  een sterker bewustzijn. Daarnaast verbetert de weerstand aanzienlijk, zodat ondermeer bacteriën en virussen geen grip op ons krijgen.

Wanneer we ons voedingspatroon willen aanpassen, moeten we de volgende stappen zetten:

  1. Bewustwording dat voeding maakt wie we zijn of willen zijn;
  2. Kennis vergaren over orthomoleculaire voeding;
  3. Toepassen van de kennis door de dit om te zetten tot een dagelijks orthomoleculair voedingspatroon 

Voor wie is de Orthomoleculaire voedingsgids bestemd?

De voedingsgids is voor iedereen bestemd die meer wilt leren over Orthomoleculaire voedingsleer. Van beginners tot gevorderden. De gids bevat zowel theoretisch als praktische informatie om jouw voedingspatroon naar een gezonder niveau te tillen.

De basis van orthomoleculaire voedingsleer

Orthomoleculaire voeding heeft een aantal elementen nodig om de gezondheid te bevorderen en te onderhouden:

  • Eiwitten; want eiwitbronnen zijn de bouwstof van ons lichaam. Ook de bouwstof van enzymen zoals spijsverteringenzymen, hormonen en neurotransmitters (signaalstoffen).
  • Groenten; omdat daar vele bouwstoffen en beschermende stoffen in voorkomen en vezels zoals insuline die de darmflora (goede darmbacteriën) onderhouden.
  • Vetten; als  brandstof en bouwstof voor de cellen, hormonen en neurotranmitters (regelstoffen) maar dan wel in de juiste verhouding verzadigd en onverzadigd vet. Daarbij in ogenschouw genomen dat ook binnen de groep onverzadigd vet de verhouding omega 3 en 6, zodat cellen flexibel blijven en wij daarbij ontstekingen weren. 

Inhoud van de Orthomoleculaire basisgids

In dit stuk content geef ik  meer informatie over deze lichaamcelopbouwende voedingsgroepen waarbij ik nadrukkelijk wil opmerken dat ook afwisseling en variatie van de voedingsmiddelen binnen deze groepen van groot belang is voor de gezondheid. Het meest ideale is om ieder voedingsmiddel pas na 2 of 3 dagen weer in het patroon te laten terugkeren. Vervolgens bespreek ik orthomoleculaire voeding waar onze gezondheid onder te lijden heeft en beter buiten het patroon kunnen blijven.   

 

b

Inhoudsopgave

Eiwitten als fundament

Eiwitten zijn onze bouwstoffen maar helaas verdrijven de koolhydraten in de vorm van brood, pasta, rijst en suiker/zoetigheid vaak de eiwitten uit ons westerse patroon. Daarnaast hebben eiwitten koolhydraten andere enzymen nodig om te verteerd te worden. In combinatie van eiwitten en koolhydraten zullen de tegengestelde enzymen elkaar neutraliseren met als gevolg dat voedsel niet op de juiste manier verteert. Dat kost onder meer energie en rottende bestanddelen ontstaan in de darmen, wat waar te nemen is door een opgeblazen buik. De vorm van koolhydraten die dit niet veroorzaakt is groenten.

 

Hoeveelheden eiwitten

Eiwitten zijn weliswaar de bouwstoffen van ons lichaam maar een te veel kan net zo kankerverwekkend zijn als een te weinig aan eiwitten.  Een teveel aan eiwitten is daarnaast een belasting voor het lichaam. Specifiek voor de lever maar ook nieren en hart krijgen het zwaar te verduren.

De eiwitvertering vraagt het meeste van onze spijsverteringsenzymen. Tussen 7.00 en 14.00 is er een maximale productie van spijsverteringsenzymen. Na 14.00 daalt de productie en rond 19.00 verteren wij ons voedsel geheel op eigen kracht wat veel energie kost. De enzymwerking gaat ook achteruit als je teveel drinkt tijdens de maaltijden. 

Voor de productie van spijsverteringsenzymen zijn eiwitten, vitaminen en mineralen nodig. Door suiker, cafeïne, zuivel, granen, peulvruchten, vlees en frisdrank (vooral cola) binden wij deze mineralen en vitaminen en scheiden we deze broodnodige co-factoren uit. In vergelijking met koolhydraten en vetten geven de eiwitten het grootste gevoel van verzadiging en hebben geen invloed op de bloedsuikerspiegel. 

 

Hoeveel eiwit kan een lichaam aan?

Per 4 uur kan het lichaam gemiddeld 20 tot 30 gram eiwit aan. Om niet de gemiddelde 25 gram eiwit te overschrijden zijn de volgende hoeveelheden per maaltijd een leidraad.  

  • Kippeneieren 2 stuks
  • Kwark 70 gram
  • Yoghurt 100 gram
  • Paddenstoelen 250 gram
  • Peulvruchten 30 gram droog gewicht
  • Vis/wild/gevogelte/vlees 100 gram
  • Zaden 100 gram

Vanwege de zware vertering en allergenen geeft de orthomoleculaire voedingsleer de volgende richtlijnen over noten en kaas:   

  • Noten maximaal 40 gram per dag 
  • Kaas maximaal 20 gram per dag

 

De verteerbaarheid van de eiwitten

De ene eiwitbron is lichter te verteren dan de andere. Met lichter verteerbaar bedoel ik in dit geval dat het minder energie kost om de eiwitten te verteren. Hieronder geef ik in grote lijnen een overzicht van eiwitbronnen van licht tot zwaar verteerbaar.  

  • Groenten, vooral spruiten, broccoli en knoflook zijn relatief eiwitrijk 
  • Verse peulvruchten zoals sperziebonen, snijbonen, sugarsnaps, peultjes
  • Zalm, haring, makreel, sardines, ansjovis
  • Doperwten, linzen
  • Paddenstoelen, champignons
  • Zaden
  • Zeewolf, heilbot
  • Victoriabaars, roodbaars, zeebaars
  • Kabeljauw 
  • Garnalen, mosselen
  • Zacht gekookt ei
  • Hard gekookt ei
  • Gebakken ei
  • Geitenyoghurt
  • Noten
  • Kalkoen, kip
  • Kippenlever
  • Wild
  • Lamsvlees, rundvlees
  • Kapucijners, witte bonen, bruine bonen
  • Geitenyoghurt
  • Geitenkaas
  • Geitenkwark
  • Koemelkkaas, koemelkyoghurt
  • Koemelkkwark 

Een aantal voorbeelden van combinaties die licht of zwaarder verteerbaar zijn.

Moeilijk verteerbare combinaties van eiwitbronnen vallen zwaar, kosten veel energie en doen vooral een grote aanslag op de spijsverteringsenzymen. Na iedere maaltijd gaat ons lichaam automatisch in een ontstekingsproces, dat is een heel normale gang van zaken. De verteringsenzymen zorgen dat dit weer in juiste banen wordt geleid. Als er echter een te grote aanslag op deze spijsverteringsenzymen wordt gedaan door een zwaar verteerbare maaltijd of een teveel aan voeding dat blijft het lichaam in de ontstekingsfase.  

De optimale eiwitverhouding is 60% plantaardig en slechts 40% dierlijk eiwit. In ons westerse patroon hebben de dierlijk eiwitten echter de overhand.

Combinaties die goed vallen, ofwel licht verteerbaar zijn:
  • Rauwe groenten samen met gekookte groenten, eventueel met olie of boter
  • Rauwe en/of gekookte groenten met een eiwitbron, zoals vlees, vis, gevogelte, ei
  • Rauwe en/of gekookte groenten met noten of zaden 
  • Verse peulvruchten zoals snijbonen, sperziebonen en sugar snaps met noten en groenten
  • Ei combineert overal goed bij maar denk dan wel om de hoeveelheden: 1 ei met 50 gram vis, vlees of zaden 
Wat moeizamere combinaties zijn:
  • Groenten met een eiwitbron, zoals vlees, vis in combinatie met noten, zaden
  • Aardappelen met groenten en een eiwitbron
  • Peulvruchten met groenten en noten
  • Groenten met een yoghurtsaus en noten of zaden
Moeilijk verteerbare combinaties zijn:
  • Verschillende eiwitbronnen bij elkaar, bijvoorbeeld vlees met vis, vis, vlees of soja met kaas, soja met vlees of vis
  • Een eiwitbron, zoals vlees of vis, met (gebakken) aardappelen of granen
  • Eiwitbronnen met gebakken vetten
  • Peulvruchten met een andere eiwitbron, zoals kapucijners met spek of bruine bonen met gehakt

Ech.,  Waarom geen (koemelk) zuivel?

De eiwitbron zuivel is in het huidige Nederlandse voedingspatroon haast niet weg te denken. Maar zuivel kwam in het patroon van onze oerouders niet voor. Is zuivel wel noodzakelijk? Ondanks dat vooral yoghurt de lever ondersteunt is het toch raadzaam hier spaarzaam mee om te gaan.

Er zijn verschillende reden waarom zuivel niet noodzakelijk is:

Ten eerste omdat wij vooral de koemelk eiwitten slecht kunnen verteren waardoor de eiwitten als te grote stukken in de darmen aankomen, met intolerantie en allergie als gevolg. Veel mensen hebben door een slecht voedingspatroon inmiddels ook een te weinig aan maagzuur om de melkeiwitten te verteren. 

Ten tweede omdat de meeste zuivel lactose, de melksuiker (lactose) bevat, die voor ons slecht verteerbaar is. Melk spant daarbij de kroon met 4,6% melksuiker. Melksuiker verteren wij slecht omdat het enzym lactase, dat de lactose verteert, bij veel mensen ontbreekt. Na het 1ste tot 3e  levensjaar vermindert het verteringsenzym lactase. Koemelk bevat veel lactose, ofwel is moeilijk te verteren door verminderde aanwezigheid van het enzym lactase.

Ten derde omdat zuivel een van de leveranciers is van het vrouwelijke hormoon oestrogeen, dat de groei van (borst-)kanker kan bevorderen en de werking van een schildklier kan verslechteren. De eiwitten in de melk bevatten stoffen die zorgen voor slijmvorming wat ademhalingsproblemen kan veroorzaken

Ten vierde omdat het enzym dat melk verteert zink nodig heeft als cofactor. Indien er te weinig zink aanwezig is in ons lichaam gaat ons immuunsysteem ofwel onze weerstand achteruit maar er ontstaat ook een melk verslaving. Een tekort aan beschikbaar is  herkenbaar aan witte vlekken op de nagels.

Ten vijfde remt het de vitaminen en mineralen opname. Melk zorgt namelijk voor een verminderde opname van mineralen in de darmen daar bepaalde onderdelen van de melk in de darmwand blijft kleven. We nemen de calcium uit koemelk op sowieso moeilijk op. We nemen het mineraal fosfor uit de melk wel goed op maar dat onttrekt dan weer calcium aan de botten. En melk bevat relatief veel fosfor. Door een ongunstige verhouding calcium en magnesium onttrekt koemelk magnesium aan het lichaam. Het gevolg is dan net als bij een hoog fosfor gehalte dat botontkalking ontstaat.

Als laatste remt melk onder meer de opname van vitamine B12 en vitamine D, het laatste vergroot het risico op prostaatkanker en huidkanker.

Bij gepasteuriseerde melk zijn door verhitting de meeste slechte, maar ook goede, bacteriën gedood. Pasteurisatie vernietigt bovendien 50% van de enzymen en vitaminen.

Zijn er alternatieven voor koemelk?

Eventuele alternatieven voor koemelk zijn producten van 

  • geitenmelk 
  • rijstmelk 
  • sojamelk 
  • havermelk  
  • kokosmelk 

 

Mag geitenzuivel dan wel?

Geitenzuivel lijkt meer op onze lichaamsamenstelling (aminozuur samenstelling) dan koemelk zuivel. Zuivel gemaakt van koemelk is zwaarder te verteren dan zuivel van een geit. Geitenzuivel geeft dan ook minder vaak aanleiding tot overgevoeligheidsreacties en maag-darmklachten. Behalve de eiwitten worden ook de vetten in geitenmelk sneller en vollediger verteerd en opgenomen in vergelijking tot koemelk. Geitenzuivel heeft namelijk hogere gehalten gemakkelijk afbreekbare korte en middellange vetzuurketens. Ook de opname van de mineralen in ons lichaam is beter uit geitenmelk dan koemelk. 

De zuivel van de geit bevat echter wel, net als koemelkzuivel, lactose. Orthomoleculair gezien hebben we zuivel niet nodig als bouwstof en is ook geitenzuivel een voedingsmiddel dat niet of heel beperkt in een orthomoleculair patroon voorkomt.

En overige zuivels?

Rijstmelk is lactose- en glutenvrij maar veroorzaakt wel bloedsuikerschommelingen. Het bevat van nature linolzuur en door de standaard toevoegde zonnebloemolie neemt het linolzuurgehalte nog meer toe, wat ontstekingen bevordert.

Sojamelk is weliswaar lactosevrij maar is zwaar verteerbaar. Indien er sprake is van een koemelkallergie is er bijna 100% kans dat er ook sprake is van een soja-allergie. Ook sojamelk bevat veel linolzuur en werkt daarmee ontstekingen in de hand. De trend om koemelk te vervangen door sojamelk is geen oplossing.

Havermelk is lactosevrij maar bevat wel gluten.

Kokosmelk is lactose- en glutenvrij. Het bestaat uit veel verzadigd vet, dus is het raadzaam het flink te verdunnen met water. Het verzadigde vet van kokos is voor ons wel een makkelijk verteerbare vorm.  

 

Waarom zijn peulvruchten belangrijk?

Zoals boven aangegeven in de lijst zijn peulvruchten belangrijk in een orthomoleculair voedingspatroon. Rauwe peulvruchten bevatten naast waardevolle stoffen ook giftige stoffen, waarmee zij zich beschermen tegen de buitenwereld. Deze stoffen brengen schade toe aan dier of mens doordat het de opbouw van eiwitten in de war stuurt. De bekendste ervan is fasine, dat samenklontering van de rode bloedlichaampjes veroorzaakt. Hoge en lange verhitting maakt fasine zo veel mogelijk onschadelijk en dat gebeurt tevens bij het ontkiemen van de peulvruchten. 

Naast deze giftige stoffen bevatten peulvruchten ook enzymremmers, die zowel onze vertering van eiwit als van zetmeel kan tegengaan en een tekort aan een bepaald eiwit (methionine) kan veroorzaken, hetgeen het ontgiftingssysteem van het lichaam belemmert. Koken, maar ook fermentatie, maakt de enzymremmers grotendeels onschadelijk.

Peulvruchten bevatten tevens plantaardige giftige eiwitten (lectinen en saponinen) die de plant nodig heeft om te kunnen overleven en zich te beschermen tegen het gevaar van buitenaf. Deze lectinen zorgen bij de mens dat de darmen de bouwstoffen moeilijk uit de voeding kunnen halen en beschadigen het darmslijmvlies, waardoor er ontstekingen ontstaan. Hierdoor kan een tekort ontstaan aan de vitaminen A, D, E, B12, biotine en het mineraal zink. Lectinen zijn warmtebestendig en koken zorgt niet voor een complete uitschakeling van de giftige stoffen. Onvoldoende gare bonen veroorzaken symptomen die lijken op voedselvergiftiging. Er ontstaat dan een ontstekingsreactie in de darmen. 

De combinatie van rijst of andere granen met peulvruchten zorgt dat wij meer eiwitten van de peulvruchten op nemen, van 30% naar 60 / 70%. Door de combinatie van de eiwitten van de peulvruchten, de granen en daarbij voldoende vitamine C uit groenten ontstaat het eiwit (carnitine) dat normaalgesproken alleen voorkomt voor in dierlijke producten, vooral in vlees.

 

Als voorbeeld; een boterham met pindakaas

Een boterham met pindakaas betekent een combinatie van granen met peulvruchten daar de pinda onder de peulvruchten valt. Er is sprake dus sprake van carnitine vorming, mits er een bron met vitamine C bij aan te pas komt. Een paar plakjes komkommer geven helaas niet voldoende vitamine C meer. Van tevoren een kiwi of paprika bij de boterham zijn een betere combinatie. Helaas zijn zowel een boterham, door de aanwezigheid van linolzuur, als pindakaas door de aanwezigheid van verzadigd vet, transvet en linolzuur ontstekingsbevorderend.

In vetarme pindakaas is een deel van de pinda’s vervangen door soja eiwitten en suiker!

 

Past soja in een orthomoleculair voedingspatroon?

Onder de peulvruchten valt ook de sojaboon. Deze peulvrucht is flink in opkomst, vooral ter vervanging van vlees. De peulvrucht soja is echter lang niet zo’n geschikte voedingsbron. Het enorme hoge eiwitgehalte (26%) in combinatie met de aanwezige koolhydraten (38%) in de sojaboon maakt het een zeer zwaar verteerbaar eiwit. Het soja eiwit verzorgt tevens snel een hoge graad van allergie. Gefermenteerde (bewerkt door bacteriën) soja heeft een veel lager eiwitgehalte (17%) en is daarmee makkelijker verteerbaar maar, kan net zo goed een allergie veroorzaken en door de fermentatie ook hoofdpijnklachten veroorzaken.

Soja bevat daarnaast een ruime hoeveelheid van het ontstekingsbevorderende omega 6 vetzuur. Het bevat een groot aantal stoffen die onze gezondheid negatief beïnvloeden, ondermeer blokkeert het een enzym dat zorgt voor de opnamen van eiwitten. Daarnaast heeft het de schadelijke lectinen die de darmwand aantasten en grote hoeveelheden fytinezuur en fosfor die zorgen voor een slechte opnamen van mineralen

Soja bevat allergenen, naast het eiwit, ook een stof (poly-y-glutaminezuur) die zelfs 13 uur na consumptie nog een allergische reactie kan geven. 

Soja staat bekend vanwege de gunstige stoffen onder meer tegen borstkanker. Deze plantenstoffen in soja die beschermen tegen kanker beschermen ook tegen hart- en vaataandoeningen, botontkalking (osteoporose), premenstrueel syndroom (PMS) en overgangssymptomen. Maar deze plantenstoffen zitten ook in spliterwten, lijnzaad, zonnebloempitten, pompoenpitten, sesamzaad, linzen, kikkererwten en taugé.

@birgit –> Conclusie – Wel of geen soja?

Waarom een beperkt gebruik van de eitwitbron peulvruchten en geen soja op het menu?

  • Peulvruchten bestaan voor 50% uit koolhydraten en voor 20% uit eiwit. Door deze verhouding van koolhydraten en eiwitten zijn deze peulvruchten een zwaar verteerbare eiwitbron. Pinda’s vallen ook onder deze peulvruchten groep. 
  • Het eten van veel peulvruchten activeert bacteriën en gasproductie. Ze bevatten namelijk grote hoeveelheden koolhydraten die de spijsverteringsenzymen in onze darmen niet in opneembare suikers kunnen omzetten. 
  • Peulvruchten werken verzurend. De pH waarde is de maat waarmee de zuurgraad wordt aangegeven. Deze pH waarde van ons bloed hoort net niet zuur te zijn met een gemiddelde waarde van Ph 7,4. In een verzuurd lichaam steken ontstekingen de kop op en het bevordert botontkalking. 

Peultjes, sperziebonen, snijbonen, sugar snaps en dergelijke zijn verse peulvruchten. De verhouding van koolhydraten en eiwitten van verse peulvruchten is veel gunstiger en ze zijn daardoor lichter verteerbaar. Deze vorm van peulvruchten is ook veel minder verzurend. Doperwten bevatten slechts 7% eiwit en de rest koolhydraten maar is daardoor wel makelijker verteerbaar dan een bruine boon of een kapucijner. 

Wat is taugé? Taugé is een ontkiemd mungboontje en valt daarmee onder de peulvruchten, het is daarom raadzaam taugé niet te vaak rauw te eten. 

 

 

Leer van specialisten hoe je een voedingspatroon kan veranderen

Bekijk de colleges ‘on demand’ op de computer, tablet of mobiel. Start het streamen van vakspecialisten om jouw kennis bij te spijkeren, te verversen of te verbreden

Altijd en overal beschikbaar

Tegen een aantrekkelijke prijs

Voor beginners en gevorderden

Een centrale rol voor koolhydraten

Wat valt er onder de groep koolhydraten? Alle granen, suiker in alle vormen maar ook fruit en groenten.

Koolhydraten hebben altijd invloed op de bloedsuikerspiegel en zorgen er voor dat je meer wilt gaan eten. Koolhydraten maken onrustig zowel in de vorm van suikers als in de vorm van brood als pasta. Een uitzondering daarop is groenten door het hoge vezelpercentage en  het ontbreken van hoge hoeveelheden suikers.

De vertering van de koolhydraten gebeurt al in de mond daarmee is goed kauwen de eerste stap om de voeding makkelijk aan te bieden aan onze darmen. Het enzym dat in onze mond de koolhydraten verteert heet amylase. Des te vermoeider wij zijn, des te actiever wordt het amylase. Bijeen slaaptekort komt er een verdubbeling van de amylase. Ons lichaam vangt dus deze en nog vele andere klappen op maar laten we het niet te veel uitdagen! 

Koolhydraten zijn veel gemakkelijker te verteren dan de gecompliceerde eiwitten. Maar koolhydraten hebben dus wel het grote nadeel dat ze invloed hebben op de bloedsuikerspiegel en tot de productie van het hormoon insuline aanzetten. Het hormoon insuline werkt op haar beurt weer ontstekingsbevorderend. Daarbij raakt bij een hoge productie van insuline de alvleesklier die de producent is van dit hormoon uitgeput met vermoeidheid als gevolg. Deze vermoeidheid zorgt dat er nog meer gegraaid wordt naar koolhydraten en er ontstaat een vicieuze cirkel.

Waarom veel groenten?

Op de eerste plaats omdat groenten een hele goede bron zijn van de mineralen kalium, magnesium en calcium.  Producten van het seizoen, van eigen (Nederlandse) bodem en biologische groenten zijn het meest rijk aan deze mineralen. Deze mineralen voorkomen de verzuring van ons lichaam en botontkalking. Als het lichaam verzuurd raakt, krijgen vooral westerse ziekten de kans en komt het lichaam in een ontstekingsfase. Zodra het lichaam te zuur is, is het niet in staat goed te ontgiften. Ook de darmbacteriën (darmflora) hebben te lijden onder een verzuurde status. In een verzuurd lichaam werken de enzymen ook niet optimaal en krijgen ontstekingen de kans.

Fruit en groenten werken ontzurend, alle andere koolhydraatvormen zijn verzurend, net als vetten en eiwitten. Een uitzondering daarop is de eiwitbron paddenstoelen, deze werken niet verzurend.

Het minst zuurvormend zijn vloeibare zuivelproducten, daarna kwark, noten, zaden, roomboter en oliën.

Echt zuurvormend zijn peulvruchten, granen en kaas en sterk zuurvormend zijn vlees, vis, schaal- en schelpdieren, gevogelte, wild, ei en soja. 

Wat werkt nog meer verzurend?

Koolzuurhoudende dranken, cafeïne en stress. 

Cafeïne bindt mineralen en zorgt voor uitscheiding van deze ontzurende mineralen. 

Stress, en daarmee ook voedingsstress, werken verzurend. Stress vraagt namelijk enorm veel van de mineralenhuishouding en daarmee ondermijnt het de ontzurende rol van de mineralen.

Om een goede zuurgraad te behouden is een patroon dat bestaat uit 80% groenten en een klein beetje fruit en slechts 20% van de verzurende voeding.

Fruit zorgt weliswaar voor een ontzuring van het lichaam maar bevat relatief veel natuurlijke suikers, vooral fructose. Preventief werkt fruit goed maar ook niet meer dan 2 stuks/porties per dag en dan bij voorkeur bessen, frambozen en bramen. Maar eenmaal in een ontstekingsfase werkt fruit dit proces snel in de hand. In vruchtensappen zit zoveel natuurlijke suikers, vooral fructose dat er veel insuline wordt aangemaakt en de lever het teveel omzet in cholesterol. Het hormoon insuline werkt ook weer ontstekingsbevorderend.

Waarom nog meer veel groenten? Omdat groenten veel verschillende vezels die de beste voeding zijn voor onze goede bacteriën in de darmen en een hoog gehalte aan de veelal positief werkende  plantenstoffen hebben. Deze plantaardige stoffen (fytonutriënten) hebben een grote anti-oxidanten werking. In ons lichaam komt oxidatie voor bij het verbranden van voedsel en bij de energieproductie, maar ook bij de afweer en het ontgiften. Bij deze nuttige en noodzakelijke oxidatieprocessen ontstaan onvermijdelijk vrije radicalen. Dit zijn instabiele moleculen die de cellen en weefselstructuren beschadigen. Antioxidanten die in grote verscheidenheid in groenten voorkomen, zorgen er voor dat deze schade beperkt blijft. 

Ten opzichte van andere kookmanieren behouden, op rauwkost na, gestoomde groenten de meeste enzymen, vitaminen, mineralen en plantenstoffen. Ook het stoomvocht is rijk aan deze micronutriënten en is te gebruiken als bouillon.

 

Sommige groenten bevatten het ontstekingsremmende omega 3 vetzuur alfalinoleenzuur, zoals spinazie, postelein en alfalfa. Groenten kunnen ontstekingsremmend werken maar dit is pas het geval als wij acht ons per dag eten.

 

Het non-heamijzer in groenten nemen wij minder goed op dan het heamijzer in vlees. Met behulp van voldoende vitamine C zetten we het non-heamijzer om tot een ijzervorm die ons lichaam goed kan opnemen. 

 

Het bladgroen (chlorofyl) zorgt voor de groene kleur van planten. Dit helpt ontgiften en ondersteund daarmee de lever en de darmen. Het bladgroen ondersteunt de bloedsamenstelling om zo bloedarmoede te voorkomen. Daarnaast remt bladgroen ontstekingen en werkt het desinfecterend. 

 

Verse groenten genieten absoluut de voorkeur in vergelijking met blik, pot of diepvriesgroenten. Alle bewerkingen zorgen voor een vermindering van de vitaminen, mineralen en plantenstoffen. Diepvriezen doodt de plantaardige weefsels. Het aanwezige water in de groenten en fruit kristalliseert namelijk. De kristallen beschadigen de celwanden. Daardoor gaan actieve plantenstoffen zich abnormaal gedragen. 

Nu we weten dat ruim groenten eten belangrijk is voor onze gezondheid wil ik ingaan op een aantal specifieke groepen binnen de enorme variatie van groenten. 

 

 Koolsoorten zijn kruisbloemigen

Zoals alle planten beschermen kruisbloemigen zich tegen de buitenwereld. Niet al deze beschermingsstoffen zijn even goed voor ons. De beschermingsstoffen van de kruisbloemigen echter juist wel. Ze bevatten afweerverhogende, ontgiftende en daardoor kankerremmende plantenstoffen. Deze stoffen zijn vooral geconcentreerd in het midden van de groenten.

Onder de kruisbloemigen vallen behalve alle koolsoorten zoals bloemkool, boerenkool, broccoli, spruitjes, witte kool, Chinese kool ook waterkers, tuinkers, radijs, mierikswortel, koolrabi, rammenas, mosterdzaad, koolzaad en rucola. 

Het kapot maken van de cellen door het snijden van de groenten verhoogt het gehalte aan bepaalde kankerremmende plantenstoffen bij de kruisbloemigen. 

Bij het koken van groenten in ruim water vermindert het aantal beschermende plantenstoffen al met de helft in tien minuten tijd. Het beste is kruisbloemigen zo kort mogelijk te stomen of te koken in weinig water. Ook kooktechnieken als smoren en roerbakken is mogelijk om een zo groot mogelijke hoeveelheid gunstige stoffen uit de kruisbloemige te behouden. Neem daarbij wel een korte bereidingstijd en een lage temperatuur in acht. 

Koolsoorten kunnen last geven in de darmen indien het slijmvlies niet goed functioneert cq ontstoken is. De Chinese kool, broccoli en spitskool zijn licht verteerbare koolsoorten.

Wat zijn nitraatrijke groenten en nitraatarme groenten?

Nitraatrijke groenten zijn onder meer bieten, koolrabi, andijvie, bleekselderij, postelein, spinazie, raapstelen, sla (vooral lollo rosso), spitskool, Chinese kool, paksoi, venkel, snijbiet, radijs en tuinkers. 

Deze groenten kunnen we beter niet combineren met vis in verband met de vorming van de kankerverwekkende stof nitrosamine in de maag. Nitrosamine ontstaat door de verbinding van het nitriet uit de groenten en de aminozuren uit de vis. Het gebruik van minimaal 250 milligram vitamine C voorkomt de vorming van deze kankerverwekkende stof. 

Nitriet staat nogal eens in een negatief daglicht want het bindt zich in het bloed met hemoglobine waardoor het bloed zijn zuurstofverbindende vermogen verliest. Maar een voordeel van nitriet is dat het zich met maagzuur vormt tot stikstofoxide (NO). NO doodt onder andere E-coli en salmonella in de maag. Het kan daarmee een rol te spelen bij het voorkomen van respectievelijk maag-en darminfecties. Mijn raad die ik eerder heb aangegeven om vooral te variëren speelt dus ook met al deze gezonde groenten!

Nitraatarme groenten zijn wortels, pastinaak, schorseneren, knolselderij, asperges, uien, prei, witlof, savooi- en witte kool, zuurkool, spruitjes, boerenkool, bloemkool, broccoli, peultjes, doperwten, sperziebonen, snijbonen, sugar snaps, taugé, komkommer, courgette, pompoen, aubergine, paprika en rabarber.

Wat is nachtschade en welke groente vallen onder nachtschade?

Nachtschade is de plantenfamilie waar onder andere tomaten, aubergine, paprika en aardappelen bijhoren. Sommige mensen schrappen de producten uit deze plantenfamilie van hun menu. De groenten binnen nachtschade zijn aubergine, paprika, tomaat maar ook de aardappel. De zoete aardappel is hierop een uitzondering. Vooral rauw geconsumeerd kunnen ze spierpijn veroorzaken en met name bij vrouwen vermoeidheid geven. Beperking van nachtschade kan ik tevens aan raden vanwege de plantenafweerstoffen solanine, tomatine en capsaïcine die leverklachten, darmklachten en slijmvliesklachten opleveren. 

Waarom geen granen in een Orthomoleculair voedingspatroon?

Onder de koolhydraten vallen ook de granen mar waarom wil ik die zoveel mogelijk uit het patroon hebben? 

Granen hebben wij als bouwstof niet nodig. Het is een brandstof die veel invloed heeft op de bloedsuikerspiegel. Hoe vaker die bloedsuikerspiegel in beweging komt hoe sneller er sprake is van veroudering van ons lichaam. Uiteraard scheelt het of er sprake is van volle granen of geraffineerde granen. Volle granen hebben minder invloed op de bloedsuikerspiegel en de aanmaak van het hormoon insuline wat ontstekingsbevorderend werkt. 

Maar er zijn meer redenen waarom het vermijden van granen positief voor ons lichaam werkt. Behalve de gluten, fytinezuur en het fosfor gehalte dat schade brengt aan ons lichaam of aan de opnamen van mineralen hebben de  meeste granen een overschot aan linolzuur dat ontstekingsbevorderend werkt. Vooral de vezels van granen maar ook van de aardappelen tasten de darmwand en darmflora  aan door plantenstoffen (saponinen en lectinen) die de plant nodig heeft zich tegen de buitenwereld te verdedigen en te beschermen. Daarnaast nemen wij de eiwitten beter op indien er geen granen bij gegeten worden en die eiwitten hebben wij juist zo hard nodig als bouwstof van iedere cel, hormonen, neurotransmitters, enzymen etc.

Waarom geen suiker in een orthomoleculair voedingspatroon?

Nog een koolhydraatvorm maar nu een die ik helemaal niet wil zien in een celopbouwend patroon. De gifstof suiker kunnen we zien als een nepenergiebron met veel nare gevolgen van dien. Een wolf in schaapskleren. 10 minuten buiten wandleen geeft net zoveel energie als een koekje met het voordeel dat van 10 minuten wandelen onze bloedsuikerspiegel constant blijft. Het koekje zorgt voor een snelle stijging van de bloedsuikerspiegel en daarop volgt een flinke daling met als gevolg dat er weer trek ontstaat in wat zoets of een kop koffie.

Suiker is een vorm van koolhydraten die geen toegevoegde waarde geeft aan onze voeding om het lichaam op te bouwen en te onderhouden. Het betekent lege calorieën, ofwel het onttrekt aan het lichaam vitaminen en mineralen, zoals calcium, magnesium, zink, chroom, vitamine B en C voor de verbranding van suiker. 

  • Een tekort aan magnesium door suiker veroorzaakt onrust en een verhoogde bloeddruk
  • Een tekort aan zink en vitamine C zorgt voor een verlaagde weerstand 
  • Het lijkt of we er energie van krijgen maar het veroorzaakt uiteindelijk een energie tekort door een gebrek aan B vitaminen. Het veroorzaakt tevens energiegebrek door uitputting van de lever (ontgiften van de suiker) en alvleesklier (alsmaar insuline produceren)
  • Een te veel aan suiker zetten we om in vet
  • Het verzorgt bloedsuikerschommelingen wat uiteindelijk leidt tot suikerziekte
  • Het werkt ontstekingsbevorderend
  • Het bevordert schimmels
  • Suiker vernielt de structuur van collageen (aderopbouw/spataderen) onder andere door gebrek aan vitamine C.
  • Het veroorzaakt rimpels en het versnelt het verouderingsproces.
  • Suiker veroorzaakt snel weer een honger gevoel.
  • Het werkt verslavend.
  • Het verhoogt het cholesterolgehalte.
  • Het veroorzaakt gisting in de darmen en beïnvloedt daardoor de darmflora negatief. Kalk voorkomt dat suiker gaat gisten en wordt onttrokken aan het lichaam (botten) bij een overmatige suikerinname. 
  • Suiker en een grote zetmeelconsumptie geven gedragsveranderingen, zoals woedeaanvallen, plotselinge driftbuien, onverklaarbare angstgevoelens, verminderde concentratie, asociaal gedrag, te grote beweeglijkheid, gestoorde motoriek, opgejaagdheid, geërgerd gedrag, agressie, energietekort, vermoeidheid en depressies. 

In kant en klaar producten, van koek tot aan sauzen, zit veel suiker verwerkt. Overigens ook veel zout. Maar ook aan potten groenten wordt vaak suiker als smaak maker toegevoegd. Verpakkingen lezen raad ik dan ook ten zeerste aan.  

De suikervervangers zoals honing, agavesiroop, ahornsiroop  kán een alternatief zijn, maar beperking blijft noodzakelijk om het immuunsysteem niet te ondermijnen en de meeste suikervervangers geven net zo goed een snelle en grote reactie ten aanzien van de bloedsuikerspiegel. Het is voor het immuunsysteem en de algehele gezondheid van belang de bloedsuikerspiegel zo gelijk mogelijk te houden. Dat bespaart energie en het spaart de organen zoals de alvleesklier en de lever. 

Het effect van fructose op het lichaam

Fructose, ofwel vruchtensuiker, is de suiker die in het fruit voor komt. Het heeft een grotere zoetkracht (170%) en beïnvloedt de bloedsuikerspiegel veel minder dan gewone suiker. 

Fructose veroorzaakt wel een veel grotere leverbelasting en werkt daarmee cholesterolverhogend. De lever kan namelijk de fructose niet direct verwerken maar zal dit omzetten naar glucose. Als we te veel fructose aan de lever aanbieden, maakt de lever er cholesterol van, een eenvoudige uitweg voor de lever. Fructose in onze voeding is verantwoordelijk voor een hoger risico op een leververvetting, alvleesklierkanker en nierstenen. Als er op verpakkingen staat dat er “alleen natuurlijke suikers zijn toegevoegd” dan bedoeld de fabrikant meestal fructose! 

In fruit komen ook flinke concentraties fructose voor vandaar dat 2 porties fruit per dag bij een gezond persoon prima is. Zodra er sprak is van een ontstekingsfase dan is het beter deze 2 porties fruit weg te laten.

Zomerfruit zoals bessen, frambozen en bramen bevat over het algemeen minder fructose. Vruchtensappen hebben logischerwijs hoge concentraties aan fructose, het advies is dan ook heel stuks fruit te ten en de sappen uit het patroon te halen.

Vaak gebeurt het dat de enzymen ontbreken die nodig zijn om fructoseketens om te zetten. Bij ruim 1/3 van de bevolking is er al sprake van een fructose intolerantie. De slecht verteerde fructosedelen hopen zich op in de lever, de nieren en het darmslijmvlies en zorgt indirect dat het energie niveau verlaagt

Fructoseophoping kan klachten geven zoals trillen, duizeligheid, misselijkheid, lusteloosheid, het vasthouden van vocht houden, geel zien, brijachtige ontlasting, gezwollen onderbuik, jeuk, krampen, gemakkelijk ontstaan van blauwe plekken, slaapproblemen, nachtmerries en frequent plassen.

Fruit maar ook ui en prei kunnen vrij snel gasvorming geven zijn vanwege hoge hoeveelheden fructoseketens. Allerlei bacteriën voeden zich met deze fructoseketens. Daarbij maken ze koolzuur en andere gassen die een opgeblazen gevoel kunnen veroorzaken. 

Vruchtensuiker (fructose) wordt meestal niet geproduceerd van vruchten maar uit maïszetmeel gemaakt. Maïs is een goede voedingsbodem voor de candidaschimmel. Dat betekent dat we het gebruik van maïs het beste kunnen vermijden. Deze bij maïs ook aan cornflakes, maïsmoutstropen, popcorn, maïs eieren, maïsbrood. 

Leer van specialisten hoe je een voedingspatroon kan veranderen

Bekijk de colleges ‘on demand’ op de computer, tablet of mobiel. Start het streamen van vakspecialisten om jouw kennis bij te spijkeren, te verversen of te verbreden

Altijd en overal beschikbaar

Tegen een aantrekkelijke prijs

Voor beginners en gevorderden

Belangrijke vetten voor het lichaam

Naast de eiwitten en de groenten vormt de absoluut noodzakelijke derde groep de vetten om ons lichaam op te bouwen en goed te laten functioneren. Maar dan is het wel belangrijk over welke vetten we precies praten.

Waarom vette vis, wild, gevogelte, noten, pijnboompitten en extra vierge olijfolie ofwel onverzadigde vetten? Want dit is wat we tegenwoordig vaak horen en lezen.

Naast het leveren van energie zorgt onverzadigd vet voor het opbouwen en onderhouden van de celwanden. Ze zijn nodig voor de soepelheid en de doorlaatbaarheid van de celwanden zodat de cellen hun werk goed kunnen uitvoeren.

Maar onverzadigd vet is tevens grondstof voor regelstoffen in ons lichaam zoals hormonen, prostaglandines, neurtotransmitters. Het is essentieel voor de opbouw en het onderhoud van het zenuwweefsel en voor de hersenopbouw. 

Voor onze spijsvertering is het van belang te weten dat het voor de verbranding van verzadigd vet onverzadigd vet nodig is. Nu bestaan er verschillende soorten onverzadigd vet en de vraag is uit welke voeding halen we de juiste vetten?

Het onverzadigde vet dat zit in vette vis, wild, gevogelte, de ossenstaart, walnoten, hazelnoten, macadamia’s, paranoten, pijnboompitten en extra vierge olijfolie zijn lichaamopbouwend en ontstekingsremmend. De meest vette vis soorten zijn bijvoorbeeld makreel, botervis, zalm, sardines, haring, ansjovis, tonijn, zeewolf, heilbot, zalmforel.

Het onverzadigde vet uit zonnebloemolie werkt ontstekingen juist in de hand vooral omdat we daar momenteel een teveel van binnenkrijgen. Deze olie komt ruim voor in de voedingsmiddelenindustrie. 

Mayonaise is hoofdzakelijk gemaakt van olie en rauwe eieren. De olie die we gebruiken is hoofdzakelijk zonnebloemolie, die voor 70% bestaat uit het ontstekingsbevorderende linolzuur. Er zijn mayonaises gemaakt met olijfolie, maar dat is nooit voor 100%. Slechts een klein percentage van de zonnebloemolie is vervangen door olijfolie en de vraag blijft dan wat de kwaliteit is van deze olijfolie. Daarnaast zijn er in mayonaise rauwe eieren in verwerkt. Eieren zijn niet (altijd) steriel. Verreweg de meest voorkomende bacterie is de salmonella. Hiervan hebben de kippen geen last maar ze kunnen de bacterie wel doorgeven. Ondanks dat besmetting gering is, geldt het wel als aandachtspunt. Dit is vooral van belang als het immuunsysteem al onder druk staat en de weerstand laag is. Een ander nadeel van rauwe eieren is een eiwit (glycoproteïne avidine) dat zich bindt aan biotine, waardoor deze B-vitamine niet meer beschikbaar is.

Ik heb een aantal belangrijke onverzadigde vetzuren met de voor ons meest bekende voeding op een rijtje gezet. Daarbij is het dus goed om te realiseren dat de omega 6 vetzuren in de vorm van linolzuur negatief werken voor onze gezondheid omdat we door ons westerse voedingspatroon absoluut een teveel van binnen hebben gekregen. Daarmee is de verhouding omega 3 ten opzichte van omega 6 uit balans geraakt met ontstekingen als gevolg. 

  • Omega-3 vetzuren in  de vorm van EHA, EPA zit in vette vis en zeewier. 
  • De plantaardige omega 3 vetzuren in de vorm van en alfa-linoleenzuur zit vooral in lijnzaad(-olie), zwarte bessenzaadolie, walnoot(-olie), soja(-olie), (winter-)postelein, spinazie, waterkers en alfalfa.
  • Omega-6 vetzuren in de vorm van linolzuur komt vooral voor in saffloerolie, maïskiemolie, zonnebloemolie (pitten), soja(-olie) en druivenpitolie
  • Het omega-6 in de vorm van gamma-linoleenzuur (GLA) wat helpt het slijmvlies te onderhouden en op te bouwen. Het komt slechts in kleine hoeveelheden voor in haver, eidooiers, orgaanvlees en zwarte bessen. 
  • Het omega-6 vetzuur arachidonzuur komt vooral voor in dierlijk vet zoals zuivelproducten, schelpdieren zoals mosselen, vlees (met name oud, roodvlees), orgaanvlees zoals lever, gevogelte zoals kip en kalkoen, sardines, zalm, haring, makreel, eieren maar ook in de plantaardige pinda’s. Een beperkte hoeveelheid arachidonzuur is essentieel voor onze celwandopbouw. Een teveel zorgt echter voor ontstekingsbevorderende reactie.
  • Omega-9 is in de voeding voor al bekend in de vorm van oliezuur. Dit is een ontstekingsneutraal vetzuur dat voorkomt in ondermeer olijfolie, hazelnootolie, hazelnoten, avocado, macadamia’s en high oleïc zonnebloemolie.

Waarom geen margarine?

Begin 1900 werd er een methode ontdekt om plantaardige vetten te harden. Daarmee werd het dierlijk vet in de margarine vervangen en werden margarines zachter en smeerbaarder. Vooral de plantaardige zonnebloemolie, maïsolie, koolzaadolie zijn tegenwoordig in margarines verwerkt.  Echter bij het verhardingsproces van deze plantaardige oliën zetten onverzadigde vetten zich om tot verzadigde vetten waarbij transvetten ontstaan.  

Transvetten zijn dus kunstmatige vetten die ontstaan bij de industriële productie van margarine, maar ook van brood, snoep, koekjes, gebak, mueslirepen, kant en klare pannenkoekenmeel, ontbijtgranen etc. Diverse methoden van het verwerken van onverzadigde oliën hebben tot gevolg dat vetten veranderen in schadelijke stoffen. Deze processen (van hydrogeneren, raffineren en deodoriseren) verbeteren de consistentie waardoor producten bijvoorbeeld smeerbaar zijn. Of ze verbeteren de smaak, maar daardoor wijzigt een deel van de vetzuren chemisch in uiterst giftige moleculen. Bij het proces van hydrogeneren (harden) van oliën ontstaan de zogenaamde transvetzuren.  

Transvetzuren zorgen, net als verzadigd vet, voor een inflexibele celstructuur. Daarnaast zijn ze ondermeer kankerverwekkend, dragen bij tot hart- en vaatziekten, verlagen het afweersysteem en verhogen de bloedsuikerwaarde en zorgen voor een verminderde celfunctie.

In de recepten verderop in dit boek werk ik hoofdzakelijk met (wel of niet reukloze) kokosolie, roomboter en extra vierge olijfolie daar alle 3 verhit mogen worden. Deze 3 vetten kan ik het beste aanraden en het meest optimale is deze 3 soorten afwisselend te gebruiken. Echter kokosolie niet gebruiken op het moment dat er sprake is van een koortslip, roomboter niet als er sprake is van een lactose intolerantie of koemelkallergie en olijfolie niet indien er een overbelasting is van het lymfestelsel.

Roomboter en kokosolie kunnen tegen hoge verhitting maar geen enkele soort olijfolie kan dat. Het beste is dan eerst de pan te verwarmen, dan pas de olijfolie er in schenken en direct de ingrediënten toe voegen om vrije radicaal vorming (giftige stoffen) te voorkomen.

Waarom geen (koemelk) zuivel?

De eiwitbron zuivel is in het huidige Nederlandse voedingspatroon haast niet weg te denken. Maar zuivel kwam in het patroon van onze oerouders niet voor. Is zuivel wel noodzakelijk? Ondanks dat vooral yoghurt de lever ondersteunt is het toch raadzaam hier spaarzaam mee om te gaan.

Er zijn verschillende reden waarom zuivel niet noodzakelijk is:

Ten eerste omdat wij vooral de koemelk eiwitten slecht kunnen verteren waardoor de eiwitten als te grote stukken in de darmen aankomen, met intolerantie en allergie als gevolg. Veel mensen hebben door een slecht voedingspatroon inmiddels ook een te weinig aan maagzuur om de melkeiwitten te verteren. 

Ten tweede omdat de meeste zuivel lactose, de melksuiker (lactose) bevat, die voor ons slecht verteerbaar is. Melk spant daarbij de kroon met 4,6% melksuiker. Melksuiker verteren wij slecht omdat het enzym lactase, dat de lactose verteert, bij veel mensen ontbreekt. Na het 1ste tot 3e  levensjaar vermindert het verteringsenzym lactase. Koemelk bevat veel lactose, ofwel is moeilijk te verteren door verminderde aanwezigheid van het enzym lactase.

Ten derde omdat zuivel een van de leveranciers is van het vrouwelijke hormoon oestrogeen, dat de groei van (borst-)kanker kan bevorderen en de werking van een schildklier kan verslechteren. De eiwitten in de melk bevatten stoffen die zorgen voor slijmvorming wat ademhalingsproblemen kan veroorzaken

Ten vierde omdat het enzym dat melk verteert zink nodig heeft als cofactor. Indien er te weinig zink aanwezig is in ons lichaam gaat ons immuunsysteem ofwel onze weerstand achteruit maar er ontstaat ook een melk verslaving. Een tekort aan beschikbaar is  herkenbaar aan witte vlekken op de nagels.

Ten vijfde remt het de vitaminen en mineralen opname. Melk zorgt namelijk voor een verminderde opname van mineralen in de darmen daar bepaalde onderdelen van de melk in de darmwand blijft kleven. We nemen de calcium uit koemelk op sowieso moeilijk op. We nemen het mineraal fosfor uit de melk wel goed op maar dat onttrekt dan weer calcium aan de botten. En melk bevat relatief veel fosfor. Door een ongunstige verhouding calcium en magnesium onttrekt koemelk magnesium aan het lichaam. Het gevolg is dan net als bij een hoog fosfor gehalte dat botontkalking ontstaat.

Als laatste remt melk onder meer de opname van vitamine B12 en vitamine D, het laatste vergroot het risico op prostaatkanker en huidkanker.

Bij gepasteuriseerde melk zijn door verhitting de meeste slechte, maar ook goede, bacteriën gedood. Pasteurisatie vernietigt bovendien 50% van de enzymen en vitaminen.

Eventuele alternatieven voor koemelk zijn producten van 

  • geitenmelk 
  • rijstmelk 
  • sojamelk 
  • havermelk  
  • kokosmelk 

Geitenzuivel lijkt meer op onze lichaamsamenstelling (aminozuur samenstelling) dan koemelk zuivel. Zuivel gemaakt van koemelk is zwaarder te verteren dan zuivel van een geit. Geitenzuivel geeft dan ook minder vaak aanleiding tot overgevoeligheidsreacties en maag-darmklachten. Behalve de eiwitten worden ook de vetten in geitenmelk  sneller en vollediger verteerd en opgenomen in vergelijking tot koemelk. Geitenzuivel heeft namelijk hogere gehalten gemakkelijk afbreekbare korte en middellange vetzuurketens. 

Ook de opname van de mineralen in ons lichaam is beter uit geitenmelk dan koemelk. 

De zuivel van de geit bevat echter wel, net als koemelkzuivel, lactose. 

Orthomoleculair gezien hebben we zuivel niet nodig als bouwstof en is ook geitenzuivel een voedingsmiddel dat niet of heel beperkt in een orthomoleculair patroon voorkomt.

Rijstmelk is lactose- en glutenvrij maar veroorzaakt wel bloedsuikerschommelingen. Het bevat van nature linolzuur en door de standaard toevoegde zonnebloemolie neemt het linolzuurgehalte nog meer toe, wat ontstekingen bevordert.

Sojamelk is weliswaar lactosevrij maar is zwaar verteerbaar. Indien er sprake is van een koemelkallergie is er bijna 100% kans dat er ook sprake is van een soja-allergie. Ook sojamelk bevat veel linolzuur en werkt daarmee ontstekingen in de hand. De trend om koemelk te vervangen door sojamelk is geen oplossing.

Havermelk is lactosevrij maar bevat wel gluten.

Kokosmelk is lactose- en glutenvrij. Het bestaat uit veel verzadigd vet, dus is het raadzaam het flink te verdunnen met water. Het verzadigde vet van kokos is voor ons wel een makkelijk verteerbare vorm.  

Waarom beperkt gebruik van de eiwitbron peulvruchten en geen soja op het menu?

  • Peulvruchten bestaan voor 50% uit koolhydraten en voor 20% uit eiwit. Door deze verhouding van koolhydraten en eiwitten zijn deze peulvruchten een zwaar verteerbare eiwitbron. Pinda’s vallen ook onder deze peulvruchten groep. 
  • Het eten van veel peulvruchten activeert bacteriën en gasproductie. Ze bevatten namelijk grote hoeveelheden koolhydraten die de spijsverteringsenzymen in onze darmen niet in opneembare suikers kunnen omzetten. 
  • Peulvruchten werken verzurend. De pH waarde is de maat waarmee de zuurgraad wordt aangegeven. Deze pH waarde van ons bloed hoort net niet zuur te zijn met een gemiddelde waarde van Ph 7,4. In een verzuurd lichaam steken ontstekingen de kop op en het bevordert botontkalking. 

Peultjes, sperziebonen, snijbonen, sugar snaps en dergelijke zijn verse peulvruchten. De verhouding van koolhydraten en eiwitten van verse peulvruchten is veel gunstiger en ze zijn daardoor lichter verteerbaar. Deze vorm van peulvruchten is ook veel minder verzurend. Doperwten bevatten slechts 7% eiwit en de rest koolhydraten maar is daardoor wel makelijker verteerbaar dan een bruine boon of een kapucijner. 

Wat is taugé? Taugé is een ontkiemd mungboontje en valt daarmee onder de peulvruchten, het is daarom raadzaam taugé niet te vaak rauw te eten. 

Wat meer achtergrond informatie over de peulvruchten geeft inzicht in dit voedingsmiddel en het gebruik voor ons.

Rauwe peulvruchten bevatten naast waardevolle stoffen ook giftige stoffen, waarmee zij zich beschermen tegen de buitenwereld. Deze stoffen brengen schade toe aan dier of mens doordat het de opbouw van eiwitten in de war stuurt. De bekendste ervan is fasine, dat samenklontering van de rode bloedlichaampjes veroorzaakt. Hoge en lange verhitting maakt fasine zo veel mogelijk onschadelijk en dat gebeurt tevens bij het ontkiemen van de peulvruchten. 

Naast deze giftige stoffen bevatten peulvruchten ook enzymremmers, die zowel onze vertering van eiwit als van zetmeel kan tegengaan en een tekort aan een bepaald eiwit (methionine) kan veroorzaken, hetgeen het ontgiftingssysteem van het lichaam belemmert. Koken, maar ook fermentatie, maakt de enzymremmers grotendeels onschadelijk.

Peulvruchten bevatten tevens plantaardige giftige eiwitten  (lectinen en saponinen) die de plant nodig heeft om te kunnen overleven, zich te beschermen tegen het gevaar van buitenaf. Deze lectinen zorgen bij de mens dat de darmen de bouwstoffen moeilijk uit de voeding kunnen halen en beschadigen het darmslijmvlies waardoor er ontstekingen ontstaan. Hierdoor kan een tekort ontstaan aan de vitaminen A, D, E, B12, biotine en het mineraal zink. Lectinen zijn warmtebestendig en koken zorgt niet voor een complete uitschakeling van de giftige stoffen. Onvoldoende gare bonen veroorzaken symptomen die lijken op voedselvergiftiging. Er ontstaat een ontstekingsreactie in de darmen. 

De combinatie van rijst of andere granen met peulvruchten zorgt dat wij meer eiwitten van de peulvruchten op nemen, 30% naar 60 tot 70%. Door de combinatie van de eiwitten van de peulvruchten en de granen en daarbij voldoende vitamine C uit groenten ontstaat het eiwit (carnitine) dat normaalgesproken alleen voorkomt voor in dierlijke producten, vooral in vlees.

Een boterham met pindakaas betekent een combinatie van granen met peulvruchten daar de pinda onder de peulvruchten valt. Er is sprake dus sprake van carnitine vorming, mits er een bron met vitamine C bij aan te pas komt. Een paar plakjes komkommer geven helaas niet voldoende vitamine C meer. Van tevoren een kiwi of paprika bij de boterham zijn een betere combinatie. Helaas zijn zowel een boterham door de aanwezigheid van linolzuur als pindakaas door de aanwezigheid van verzadigd vet, transvet en linolzuur ontstekingsbevorderend.

In vetarme pindakaas is een deel van de pinda’s vervangen door soja eiwitten en suiker!

Onder de peulvruchten valt ook de sojaboon. Deze peulvrucht is flink in opkomst, vooral ter vervanging van vlees. De peulvrucht soja is echter lang niet zo’n geschikte voedingsbron. Het enorme hoge eiwitgehalte (26%) in combinatie met de aanwezige koolhydraten (38%) in de sojaboon maakt het een zeer zwaar verteerbaar eiwit. Het soja eiwit verzorgt tevens snel een hoge graad van allergie. Gefermenteerde (bewerkt door bacteriën) soja heeft een veel lager eiwitgehalte (17%) en is daarmee makkelijker verteerbaar maar kan net zo goed een allergie veroorzaken en door de fermentatie ook hoofdpijnklachten veroorzaken.

Soja bevat daarnaast een ruime hoeveelheid van het ontstekingsbevorderende omega 6 vetzuur. Het bevat een groot aantal stoffen die onze gezondheid negatief beïnvloeden, ondermeer blokkeert het een enzym dat zorgt voor de opnamen van eiwitten.  

Daarnaast heeft het de schadelijke lectinen die de darmwand aantasten en grote hoeveelheden fytinezuur en fosfor die zorgen voor een slechte opnamen van mineralen

Soja bevat allergenen, naast het eiwit, ook een stof (poly-y-glutaminezuur) die zelfs 13 uur na consumptie nog een allergische reactie kan geven 

Soja staat bekend vanwege de gunstige stoffen onder meer tegen borstkanker

Deze plantenstoffen in soja die beschermen tegen kanker beschermen ook tegen hart- en vaataandoeningen, botontkalking (osteoporose), premenstrueel syndroom (PMS) en overgangssymptomen. Maar deze plantenstoffen zitten ook in spliterwten, lijnzaad, zonnebloempitten, pompoenpitten, sesamzaad, linzen, kikkererwten en taugé.

 

Neem contact op

Onduidelijkheden of vragen wat ik voor jou kan betekenen. Schroom niet om contact op te nemen.

Email
info@gezonddoorvoeding.com
Telefoon
+31 11 1695501
Kom langs
Orthomoleculair Centrum
Slikweg 8, 4321 SV Kerkwerve Zeeland